Hou je mond!

Column HOi Centraal – Etzel Steinhage – vrijdag 15 november 2013

<lees op HOi Centraal>

Het was weer een interessante week, met iedere dag wel iets om me over te verwonderen. Eén dag wil ik er uitlichten.

Maandagavond viel de HOi Centraal krant in de bus en die pak ik er natuurlijk gelijk bij om te zien wat de redactie weer voor moois heeft verzameld.

Mijn aandacht van het redactionele werd echter al snel afgeleid. Op pagina 2 namelijk, prominent in de linkerbovenhoek, trof ik een advertentie, waarin ene Johan Coes een ander, Kyan Veldkamp, feliciteert.

Daaronder een kleine foto waarop nog kleiner een op z’n hurken zittende wethouder een klein jochie lijkt toe te spreken. Daarnaast blijkt waar die felicitatie over gaat, Kyan is de 500.000ste zwemmer in het zwembad Het Ravijn. Gefeliciteerd!

Op Twitter heb ik mij daarop het volgende afgevraagd: “Voert Johan Coes, wethouder en lijsttrekker CDA Hellendoorn, zijn persoonlijke campagne op kosten van de gemeenschap?”

En dat had ik natuurlijk niet moeten doen! Het was ook wel erg dom van me te denken dat ik een dergelijke vraag ongestraft kan stellen.

Per kerende post kreeg ik namelijk een reactie van de huidige fractievoorzitter van dezelfde partij. Zijn vraag, gesteld met iets van ergernis in de ondertoon: “Of ik nog een plekje zocht op een lijst, of dat ik het misschien lastig vond neutraal te blijven als presentator bij de lokale omroep HOi?”

Dat riekt naar censuur. Een dag later heb ik de schrijver daarom voorzichtig gevraagd nog eens te reageren op zijn eigen vraag. Geen reactie.

Had hij dat nou maar wel gedaan, dan had ik het zeer waarschijnlijk laten rusten. Nu moet ik het nog wel een keer aan de orde stellen.

“Het stellen van kritische vragen is prima, maar stel ze aan een ander en niet aan ons!” Dat leek de boodschap te zijn.

Ik kan u vertellen dat ik als columnist van HOi Centraal en als presentator van het politieke televisieprogramma Raadsplein wel kritische vragen moet stellen. Hoe weet u als lezer en kijker anders wat er hier werkelijk aan de hand is.

Kritische vragen heb ik recentelijk ook aan anderen gesteld, bijvoorbeeld over het wel of niet fuseren van lokale partijen en over het niet aanleveren van een tegenbegroting.

Daarom, voor alle duidelijkheid, de politicus die er zelf de aanleiding toe geeft kan kritische vragen blijven verwachten. De burger heeft recht op openheid en de tijd van achterkamertjes ligt inmiddels ver achter ons.

Etzel Steinhage